Ik ben een schaap. Ik eet gras. ik heb gisteren gras ook gegeten. ik eet vandaag gras ook.
In de ochtend heb ik een auto gezien. Na heeft een er meisje in schaap hoed uitgekomen. Ik ben nieuwsgierig geweest en ik ben naar haar gerend. Zij heeft sla!!! Ik heb er haar hand uitgegeten en ik heb dank je geblat. Ik hou van haar omdat zij me sla heeft gegeven. Ik heb gezien dat mijn vrienden zijn bang. Ik baa "sla is lekker, zij is leuk", maar zij zijn lafaard.
2
I love the idea! It's not that simple to find topics for beginner-level texts π
I partly stole it..